Een indonesische pannenkoek is dunner, zachter en aromatischer dan de Nederlandse versie. De bekendste is de dadar gulung: een groen flensje op basis van pandanblad, gevuld met zoete kokos. Je rolt hem op als een pakketje en eet hem als snack of dessert. Het beslag is eenvoudig, de smaak is bijzonder.
Indonesische pannenkoeken zijn er in verschillende vormen. De ene is zoet en gevuld, de andere hartig en dun als een crêpe. Wat ze gemeen hebben: het gebruik van verse kruiden of bladeren en vaak kokosmelk in het beslag. Dat geeft ze een karakter dat je nergens anders tegenkomt.
Wat is een indonesische pannenkoek precies?
De meest bekende variant is de dadar gulung. “Dadar” betekent pannenkoek in het Indonesisch, “gulung” betekent oprollen. Het beslag wordt groen door pandanblad: een blad dat je fijnmaalt en uitknijpt, waarna je het sap door het beslag mengt. Pandan ruikt lichtjes vanilleachtig en bloemig, en geeft het flensje zijn typische kleur en geur.
De vulling bestaat uit geraspte kokos vermengd met palmsuiker (gula melaka of gula jawa). Die suiker heeft een diepe, karamelachtige smaak die je niet zomaar vervangt door witte suiker. Je verwarmt de kokos met de suiker totdat het een droog, plakkerig mengsel wordt. Dat lepel je op het flensje, waarna je het opvouwt of oprolt tot een compact pakketje.
Beslag en vulling stap voor stap
Voor het beslag van een indonesische pannenkoek heb je ruwweg nodig: bloem, een ei, kokosmelk, een snufje zout en het sap van pandanblad (of een paar druppels pandanextract als je geen vers blad kunt vinden). Meng dit tot een glad, vloeibaar beslag en laat het even rusten. Het beslag moet dunner zijn dan voor Nederlandse pannenkoeken.
Bak de flensjes op middelhoog vuur in een licht ingevette koekenpan. Eén tot twee minuten per kant is genoeg. Ze zijn gaar als de bovenkant droog oogt en de randen loslaten. Leg ze daarna op een schoon bord en dek ze af zodat ze zacht blijven.
Voor de vulling rooster je geraspte kokos lichtjes in een droge pan, voeg je de palmsuiker toe en roer je tot de suiker smelt en de kokos het mengsel opneemt. Laat iets afkoelen voor je begint met vullen.
Zo vul je de pannenkoeken:
- Leg een flensje plat op een bord.
- Lepel een eetlepel vulling op het onderste derde deel van het flensje.
- Vouw de zijkanten naar binnen.
- Rol het flensje van onderen naar boven op, zoals een loempia.
Hartige indonesische pannenkoeken
Niet alle indonesische pannenkoeken zijn zoet. Er bestaan ook hartige varianten, waarbij het beslag wordt gebruikt als omhulsel voor een vulling van groenten, ei of vlees. Denk aan een lichte rijstmeel-pannenkoek die je vult met roergebakken groenten en een beetje ketjap. Dit lijkt qua techniek op de dadar gulung, maar de smaak is heel anders.
Een andere bekende hartige pannenkoek uit de regio is de Maleisische roti canai, maar die valt strikt genomen buiten de Indonesische keuken. Binnen Indonesië zelf zijn de zoete dadar gulung-achtige varianten het populairst als pannenkoekachtig gerecht.
Tips voor een goed resultaat
Vers pandanblad geeft een veel intenser aroma dan extract. Je vindt het in Aziatische supermarkten. Snijd een stuk of vijf bladeren in stukken, blend ze met een scheutje water en knijp het sap door een doek. Dat sap gebruik je direct in het beslag.
Palmsuiker koop je als een harde, donkere klomp of als pasta. Rasp of snijd hem voor gebruik, zodat hij makkelijker smelt in de pan. Witte basterdsuiker is een noodoplossing, maar geeft een minder diepe smaak.
Laat de flensjes niet uitdrogen na het bakken. Dek ze af met een vochtige theedoek of stapel ze direct op elkaar: ze plakken niet als je niet te veel vet gebruikt in de pan.
De indonesische pannenkoek is een gerecht dat simpel klinkt maar veel smaak heeft. Met verse pandan, goede palmsuiker en een lichte hand in de pan maak je iets dat er feestelijk uitziet en smaakt naar meer. Of je hem nu als dessert serveert of als zoete snack tussendoor, de dadar gulung is het proberen waard.


