Voor een klassiek indonesisch pasteitjes recept maak je een knapperig deeg gevuld met gekruid gehakt, groenten en ei. De vulling is wat dit gerecht zo bijzonder maakt: een hartige mix met typisch Indische kruiden die de pasteitjes hun onmiskenbare smaak geven. Hieronder vind je alles wat je nodig hebt om ze zelf te maken, van deeg tot vulling tot baktemperatuur.
Wat je nodig hebt voor de vulling
De vulling is het hart van elke indonesisch pasteitje. Gebruik voor een portie van ongeveer 12 pasteitjes de volgende ingrediënten:
- 300 gram half-om-half gehakt
- 2 middelgrote aardappelen, gekookt en in blokjes
- 2 hardgekookte eieren, grof gehakt
- 1 ui, fijngesneden
- 2 teentjes knoflook, fijngehakt
- 1 theelepel ketoembar (koriander)
- 1 theelepel djinten (komijn)
- 1 theelepel koenjit (kurkuma)
- Zout en peper naar smaak
- Plantaardige olie om in te bakken
Bak de ui en knoflook glazig in wat olie. Voeg het gehakt toe en bak het rul. Strooi dan de kruiden erover en roer goed door. Laat de aardappelblokjes en het gehakte ei er als laatste door mengen. Zorg dat de vulling goed afgekoeld is voordat je hem in het deeg vouwt, anders wordt het deeg zacht en scheurt het.
Het deeg voor indonesische pasteitjes
Je kunt kiezen voor zelfgemaakt bladerdeeg of voor kant-en-klare bladerdeegplakjes uit de vriezer. Voor de authentieke versie uit de Indische keuken wordt vaker een korter, steviger deeg gebruikt dat meer bite geeft. Dit maak je van 300 gram bloem, 150 gram koude boter in blokjes, een snufje zout en 4 tot 6 eetlepels koud water. Meng alles snel door elkaar tot een samenhangend deeg en laat het 30 minuten in de koelkast rusten.
Rol het deeg uit op een bebloemd werkblad tot een dikte van ongeveer 3 millimeter. Steek rondjes uit van 10 tot 12 centimeter doorsnede. Laat ze niet te dun worden, anders scheurt het deeg tijdens het vormen.
Zo vouw je de pasteitjes
Leg een volle eetlepel vulling op de helft van een deegrondje. Pas op dat je de rand vrij houdt, anders plakt het niet goed dicht. Vouw het deeg dubbel en druk de rand stevig aan met een vork. Zo zit de vulling goed afgesloten en krijg je het kenmerkende geribbelde randje.
Bestrijk de bovenkant met een losgeklopt ei voor een goudbruine, glanzende korst. Wil je de pasteitjes frituren in plaats van bakken? Dat kan ook. Frituur ze dan op 175 graden Celsius tot ze goudbruin zijn, wat ongeveer 4 tot 5 minuten duurt.
Indonesische pasteitjes bakken in de oven
Verwarm de oven voor op 200 graden Celsius (boven- en onderwarmte). Leg de pasteitjes op een met bakpapier beklede bakplaat en bak ze 20 tot 25 minuten tot ze goudbruin en gaar zijn. Controleer halverwege of ze niet te snel kleuren. Zijn ze aan de bovenkant al mooi bruin maar aan de onderkant nog bleek? Zet de bakplaat dan een rek lager.
Laat de pasteitjes na het bakken kort afkoelen op een rooster. Zo blijft de korst knapperig en wordt de onderkant niet zacht van het vocht.
Tips voor de lekkerste resultaten
- Zorg dat de vulling droog genoeg is. Te veel vocht maakt het deeg klef van binnenuit.
- Maak de vulling een dag van tevoren. De smaken trekken dan beter in.
- Voeg een scheutje sambal toe aan de vulling als je van wat meer pit houdt.
- Gebakken pasteitjes zijn ingevroren tot drie maanden houdbaar. Warm ze op in de oven op 180 graden, niet in de magnetron, anders wordt het deeg slap.
- Wil je de pasteitjes kleiner maken voor een borrelplank? Steek dan rondjes van 7 centimeter uit en gebruik een halve eetlepel vulling per stuk.
Dit recept voor indonesische pasteitjes is één van die gerechten die je echt naar eigen smaak kunt aanpassen. De kruidencombinatie, de verhouding aardappel en gehakt, en de mate van pit: alles is te variëren. Maak ze een keer, proef, en pas het de volgende keer aan. Zo wordt het uiteindelijk jouw eigen versie van dit Indische klassieker.


