Indonesische pindasoep recept: zo maak je hem zelf

Een klassiek indonesisch pindasoep recept geeft je een dikke, romige soep vol smaakmakers als laos, sereh, trassi en kokosmelk. Dit is geen soepje dat smaakt naar pindakaas met water; het is een volwaardige maaltijd die smaakt naar een echte Indonesische keuken. Hieronder vind je alles wat je nodig hebt om hem thuis te maken, inclusief tips voor de juiste smaakbalans.

Ingrediënten voor indonesische pindasoep (4 personen)

Voor de soepbasis heb je nodig:

  • 150 g pindakaas (naturel, zonder suiker)
  • 800 ml kokosmelk
  • 400 ml kippenbouillon
  • 2 stengels sereh (citroengras), gekneusd
  • 3 blaadjes jeruk purut (kaffir limoenblad)
  • 1 theelepel laospoeder (of een stukje verse laos)
  • 1 theelepel trassi (garnalenpasta), gebakken
  • 2 tenen knoflook, fijngehakt
  • 1 ui, gesnipperd
  • 2 rode pepers, naar smaak
  • 2 eetlepels ketjap manis
  • 1 eetlepel limoensap
  • Zout naar smaak
  • Plantaardige olie om in te bakken

Optionele garnering: gebakken uitjes, verse koriander, partjes limoen en een schepje sambal. Wil je de soep iets steviger maken als hoofdgerecht, voeg dan stukjes gebakken kipfilet of mihoen toe.

Stap voor stap: zo maak je indonesische pindasoep

Stap 1: de bodem bakken. Verhit een scheut olie in een ruime pan op middelhoog vuur. Fruit de ui en knoflook glazig. Voeg de trassi toe en roerbak een minuut mee, zodat de pasta goed loskomt en zijn volle smaak afgeeft. Voeg de rode pepers toe en bak nog een halve minuut.

Stap 2: de droge specerijen erbij. Roer de laos door het mengsel. Voeg daarna de sereh en de jeruk purut toe. Deze bleven heel in de soep zodat je ze er later makkelijk uitvist.

Stap 3: vloeistof toevoegen. Giet de kokosmelk en de kippenbouillon in de pan. Roer goed door en breng het geheel zachtjes aan de kook. Laat het vijf minuten zacht pruttelen zodat de smaken van sereh en limoenblad in de vloeistof trekken.

Stap 4: de pindakaas erdoor. Schep de pindakaas in de soep en roer met een garde of lepel tot hij volledig is opgelost. Pas nu op dat je de soep niet meer laat koken, want pindakaas kan snel aanbranden aan de bodem. Houd het vuur laag.

Stap 5: afmaken op smaak. Voeg de ketjap manis en het limoensap toe. Proef en breng op smaak met zout. Wil je meer diepte? Een extra scheutje ketjap of een halve theelepel suiker helpt de balans. Te dik? Voeg een klein beetje extra bouillon toe tot de gewenste consistentie.

Stap 6: serveren. Verwijder de sereh en de jeruk purut. Schep de soep in diepe borden en garneer met gebakken uitjes, een takje koriander en een partje limoen. Zet sambal apart neer voor wie het pittiger wil.

De smaakbalans goed krijgen

Indonesische pindasoep draait om vier smaken tegelijk: zout (trassi, ketjap), zuur (limoen), zoet (ketjap manis, pindakaas) en pittig (peper, sambal). Klopt één van die vier niet, dan valt de rest ook uit balans. Proef dus tussendoor en stel bij. Mist de soep pit, voeg dan peper of sambal toe. Smaakt hij vlak, dan helpt een extra druppel limoen of een snufje zout.

Pindakaas met suiker geeft een zoetere uitkomst. Gebruik je die variant, gebruik dan iets minder ketjap manis. Naturel pindakaas geeft meer controle over de eindsmaak.

Veelgestelde vragen over dit recept

Kan ik dit recept vegan maken? Ja. Vervang de kippenbouillon door groentebouillon en laat de trassi weg (of gebruik een vegan variant). De soep smaakt iets milder, maar zeker niet minder lekker.

Kan ik de soep van tevoren maken? Absoluut. Pindasoep trekt na een nacht in de koelkast alleen maar bij. Bewaar hem tot drie dagen in de koelkast. Verwarm op laag vuur en roer goed door; de soep dikt extra in als hij koud staat, dus voeg dan een klein beetje water of bouillon toe.

Kan ik verse pinda’s gebruiken in plaats van pindakaas? Traditioneel gebruiken veel Indonesische recepten geroosterde pinda’s die worden fijngemalen. Dat geeft een iets grove, nootachtigere textuur. Pindakaas werkt makkelijker en geeft een gladde soep. Beide versies zijn lekker.

Maak je dit recept een keer, dan snap je meteen waarom pindasoep in de Indonesische keuken zo geliefd is. Serveer hem als lunch met wat brood of naanbrood, of als voor- of hoofdgerecht met rijst en een stukje gegrilde kip ernaast.