Oost-Indonesië, in het Indonesisch Negara Indonesia Timur (NIT), was een van de deelstaten van de kortgeleefde Verenigde Staten van Indonesië. Het bestond tussen 1946 en 1950 en omvatte het oostelijke deel van de Indonesische archipel, waaronder Sulawesi, de Kleine Soenda-eilanden, de Molukken en een deel van Borneo. Het is een van de weinig bekende hoofdstukken uit de Indonesische geschiedenis, maar het speelde een sleutelrol in de overgang van kolonie naar onafhankelijke republiek.
Wat was Oost-Indonesië precies?
Oost-Indonesië was een zogenoemde negara, een deelstaat binnen de federale structuur die Nederland en Indonesische onderhandelaars na de Tweede Wereldoorlog probeerden op te zetten. De Nederlanders wilden een federaal Indonesië vormen als alternatief voor een eenheidsstaat onder leiding van de Republikeinse beweging van Soekarno en Hatta. Oost-Indonesië was daarin de grootste en belangrijkste deelstaat.
De deelstaat werd formeel opgericht in december 1946 na de Conferentie van Malino en de Conferentie van Denpasar. Makassar (het huidige Ujung Pandang, tegenwoordig weer Makassar) op Sulawesi werd de hoofdstad. Aan het hoofd stond Tjokorde Gde Rake Soekawati als president, terwijl Nadjamoeddin Daeng Malewa een prominente politieke rol vervulde.
Het grondgebied van de deelstaat
Het grondgebied van Oost-Indonesië was enorm verspreid over de oostelijke eilanden van de archipel. Dat maakte het bestuur ingewikkeld. Tot de deelstaat behoorden:
- Sulawesi (Celebes)
- De Kleine Soenda-eilanden, waaronder Bali, Lombok, Sumbawa, Flores en Timor
- De Molukken
- Een deel van Borneo (Kalimantan)
Dit waren overwegend gebieden die niet onder direct Republikeins bestuur stonden, en waar de Nederlanders nog een grote invloed hadden. De bevolking was divers in taal, religie en cultuur, wat het moeilijk maakte om een eensgezind politiek geluid te laten horen.
De rol van Oost-Indonesië binnen de Verenigde Staten van Indonesië
Binnen de federale Republiek der Verenigde Staten van Indonesië (RVI), die op 27 december 1949 werd uitgeroepen na de soevereiniteitsoverdracht door Nederland, was Oost-Indonesië formeel een gelijkwaardige deelstaat naast andere negara’s zoals Oost-Sumatra en Pasoendan. In de praktijk was de federale constructie echter zwak en intern verdeeld.
De Republikeinse beweging van Soekarno had altijd geijverd voor een eenheidsstaat. Na de soevereiniteitsoverdracht groeide de politieke druk om de federale structuur te ontmantelen. Eén voor één sloten de deelstaten zich aan bij de unitaire Republiek Indonesië. Oost-Indonesië hield het het langst vol, maar op 17 augustus 1950, de vijfde verjaardag van de Indonesische onafhankelijkheid, werd ook Oost-Indonesië formeel opgeheven. De unitaire Republiek Indonesië was een feit.
De Republiek der Zuid-Molukken: een directe nasleep
Het einde van Oost-Indonesië ging niet zonder conflict. In april 1950, nog voor de officiële opheffing, riepen nationalisten op de Molukken de Republiek der Zuid-Molukken (RMS) uit. Zij verzetten zich tegen de aansluiting bij de eenheidsstaat. De Indonesische centrale regering onderdrukte deze opstand militair. Dit conflict had ook grote gevolgen voor Nederland: duizenden Molukse KNIL-soldaten en hun families kwamen naar Nederland, waar hun nakomelingen tot op de dag van vandaag wonen.
Waarom is Oost-Indonesië historisch interessant?
De geschiedenis van Oost-Indonesië laat zien hoe de dekolonisatie van Indonesië niet één rechte lijn was, maar een ingewikkeld politiek spel tussen Nederlanders, federalisten en Republikeinen. De deelstaat bestond formeel maar vier jaar. In die tijd probeerde een groep politici een werkbare middenweg te vinden tussen koloniale afhankelijkheid en volledige Republikeinse eenheidsstaat. Dat lukte uiteindelijk niet, maar de pogingen hebben wel sporen nagelaten in de regionale identiteit van Oost-Indonesisch.
Bali is daar een goed voorbeeld van. Balinees bestuurders speelden een actieve rol in de NIT-periode, en de eilanden van de voormalige deelstaat behouden tot op heden een sterke regionale eigenheid, zowel cultureel als politiek. De federale periode, hoe kort ook, heeft bijgedragen aan het bewustzijn dat Indonesië niet homogeen is.
Veelgestelde vragen over Oost-Indonesië
Hoe lang bestond Oost-Indonesië?
Oost-Indonesië bestond van december 1946 tot augustus 1950, dus iets minder dan vier jaar.
Wat was de hoofdstad van Oost-Indonesië?
De hoofdstad was Makassar, nu bekend als de stad Makassar op het eiland Sulawesi.
Waarom hield Oost-Indonesië op te bestaan?
Na de soevereiniteitsoverdracht door Nederland in 1949 groeide de politieke druk vanuit de Republikeinse beweging om een eenheidsstaat te vormen. Alle deelstaten, ook Oost-Indonesië, werden ontbonden en opgegaan in de unitaire Republiek Indonesië op 17 augustus 1950.
Welke eilanden vielen onder Oost-Indonesië?
Sulawesi, de Kleine Soenda-eilanden (waaronder Bali en Flores), de Molukken en een deel van Borneo.
De deelstaat Oost-Indonesië bestaat niet meer, maar de regio die het omvatte blijft een van de meest cultureel diverse en politiek bewogen delen van de Indonesische archipel. Wie de moderne geschiedenis van Indonesië wil begrijpen, kan niet om dit vergeten hoofdstuk heen.


