Indonesische laurier: wat het is en hoe je het gebruikt

Indonesische laurier, in het Indonesisch daun salam genoemd, is een kruid dat er uitziet als gewoon laurierblad maar een duidelijk sterkere en aromatischer smaak heeft. Het wordt veel gebruikt in de Indonesische keuken en is niet hetzelfde als de Europese laurier die je in de supermarkt koopt, al kun je ze in sommige recepten wel door elkaar vervangen.

Wat is indonesische laurier precies?

Daun salam komt van de boom Syzygium polyanthum, een plantensoort uit Zuidoost-Azië. De bladeren zijn ovaalvormig, gladbladig en donkergroen. Ze lijken oppervlakkig op Europese laurierbladeren, maar botanisch gezien zijn het totaal verschillende planten. De Europese laurier (Laurus nobilis) behoort tot de laurierfamilie, terwijl daun salam bij de mirtefamilie hoort, net als kruidnagel en eucalyptus.

Het blad heeft een zachte, licht kruidige geur die je het beste omschrijft als een combinatie van kaneel, kruidnagel en een vleugje citrus. Die geur komt pas goed los tijdens het meekoken. Vers ruik je het blad nauwelijks; het zijn de warmte en het vocht in de pan die de aroma’s vrijgeven.

Hoe gebruik je indonesische laurier in de keuken?

Je gebruikt daun salam bijna altijd op dezelfde manier als gewone laurier: je legt de hele bladeren mee in de pan en haalt ze er voor het serveren uit. Ze worden niet gegeten. De bladeren geven smaak af aan rijstgerechten, vlees, soepen en sauzen. In gerechten zoals rendang, semur (Indonesische stoofpot) of nasi goreng is het blad een vaste smaakmaker.

Reken bij een gemiddeld gerecht op twee tot vier bladeren per portie voor vier personen. Laat ze minimaal vijftien minuten meekoken voor een goede smaakafgifte. Hoe langer het gerecht suddert, hoe meer aroma er vrijkomt. Bij korte bereidingstijden voegt het blad relatief weinig toe.

Indonesische laurier versus gewone laurier

De smaak van daun salam is duidelijk anders dan die van Europese laurier. Gewone laurierbladeren smaken bitter en kruidig, met een lichte menthol-achtige toon. Indonesische laurierbladeren zijn zachter en zoeter van smaak, met die typisch Aziatische kruidigheid. Als je daun salam vervangt door gewone laurier, krijg je een ander resultaat, maar het gerecht is nog steeds smakelijk. Andersom werkt ook: in Europese stoofpotgerechten kun je daun salam gebruiken voor een iets exotischere smaak.

Wat betreft hoeveelheid: vervang één indonesisch laurierblad door één gewoon laurierblad. De smaken zijn wel anders, maar de intensiteit is vergelijkbaar.

Vers, gedroogd of diepgevroren: wat werkt het best?

Verse indonesische laurierbladeren geven de beste smaak. Je vindt ze bij Aziatische toko’s en sommige grote supermarkten. Gedroogde blaadjes zijn ook verkrijgbaar en werken prima in gestoofde gerechten, al is de geur iets minder intens dan vers. Diepgevroren bladeren zijn een goede tussenoplossing: ze bewaren de aroma’s beter dan gedroogd en zijn langer houdbaar dan vers.

Verse bladeren bewaar je het beste in een gesloten zakje in de koelkast, waar ze tot ongeveer een week goed blijven. Wil je ze langer bewaren, vries ze dan in. Gedroogde bladeren bewaar je droog en donker; gebruik ze bij voorkeur binnen een jaar voor de beste smaak.

Indonesische laurier is een eenvoudig maar smaakvol kruid dat elk Indonesisch gerecht net dat beetje extra diepte geeft. Vind je het bij de toko, koop dan gerust een grotere hoeveelheid en vries ze in: zo heb je altijd daun salam bij de hand als je een authentiek Indonesisch gerecht wilt maken.