Voor een reis naar Indonesië kies je het beste luchtige, sneldrogende kleding van dunne katoen of linnen. Het land is tropisch warm en vochtig, regen kan op elk moment komen, en veel bezienswaardigheden vragen om bedekte schouders en knieën. Wat je aantrekt, bepaalt een groot deel van je comfort.
Wat voor klimaat bepaalt je kledingkeuze
Indonesië ligt dicht bij de evenaar. Temperaturen liggen het hele jaar door tussen de 25 en 35 graden, met een hoge luchtvochtigheid. Dat betekent dat je snel zweet, ook als je weinig doet. Synthetische stoffen plakken dan al snel aan je huid en drogen weliswaar snel, maar voelen minder prettig aan. Dunne katoenen of linnen kleding ademt beter en is aangenamer bij de warmte.
Regen is bijna altijd mogelijk, zeker in het natte seizoen (ruwweg oktober tot april). Je kleding wordt nat, dus het is slim om te kiezen voor stoffen die snel drogen. Een dunne katoenen blouse of broek droogt in de warmte van Indonesië binnen een paar uur. Een spijkerbroek of dik sweatshirt hangt de volgende ochtend nog kletsnat.
Kleding indonesië: welke stukken neem je mee
Een goede basisgarderobe voor Indonesië bestaat uit een handvol veelzijdige stukken. Denk aan:
- Luchtige T-shirts of hemden van dunne katoen of linnen
- Een lichte broek of rok die je knieën bedekt (handig bij tempels en moskeeën)
- Shorts of een korte rok voor op het strand of in toeristischere gebieden
- Een lichte vest of cardigan voor airco in restaurants, hotels en bussen
- Stevige sandalen en comfortabele wandelschoenen
- Een lichte sjaal of sarong die je snel kunt omslaan
Zo’n sarong is een van de handigste dingen die je kunt meenemen. Je gebruikt hem als rok bij een tempel, als strandlaken, als deken in een koude bus of als snel gordijntje in een goedkoop guesthouse. Ze zijn ook lokaal voor weinig geld te kopen.
Bedekte kleding bij tempels en moskeeën
In Indonesië zijn veel heilige plaatsen, en bij de meeste geldt dat je schouders en knieën bedekt moeten zijn. Dat geldt voor hindoeïstische tempels op Bali, maar ook voor moskeeën op Java of Lombok. Draag je een korte broek of topje, dan kun je de toegang worden geweigerd. Sommige tempels verhuren sarongs bij de ingang, maar het is prettiger als je er zelf een bij hebt.
Op Bali is dit het meest zichtbaar: bij plaatsen als de Tanah Lot-tempel of de Besakihtempel is bedekte kleding verplicht. In steden als Jakarta of Yogyakarta is het in toeristische gebieden wat relaxter, maar respect voor lokale normen blijft belangrijk, ook als bezoekers er informeler gekleed bij lopen.
Wat je beter thuis laat
Dikke spijkerbroeken, wollen truien en zware wandelschoenen neem je beter niet mee. Ze wegen veel in je tas en je gebruikt ze nauwelijks. Een lichte regenjas of ponchotje is handig als je veel in de natuur bent, maar een paraplu is bij hevige regenbuien eigenlijk nuttiger en die koop je ter plaatse voor een paar duizend rupiah.
Witte of lichtgekleurde kleding ziet er snel vies uit door het rode of bruine stof op veel wegen en paden in Indonesië. Middeldonkere kleuren zijn praktischer. En laat dure of opvallende kleding thuis; het trekt onnodige aandacht en je hebt het toch niet nodig.
Lokaal kleding kopen: een goed alternatief
Op veel plaatsen in Indonesië kun je voor weinig geld kleding kopen die precies geschikt is voor het klimaat. Op markten en in winkeltjes vind je luchtige broeken, sarongs, lichte jurken en T-shirts die vaak goedkoper zijn dan wat je thuis koopt. Je hoeft dus niet met een bomvolle tas het vliegtuig in. Neem een paar basisstukken mee en vul aan wat je nodig hebt als je er bent.
De kwaliteit varieert, maar voor de duur van een vakantie van twee à drie weken voldoen deze stukken prima. Bovendien zijn ze leuk als souvenir of herinnering aan de reis.
Kort samengevat: ga voor luchtig, sneldrogend en veelzijdig. Een sarong, een dunne broek, een paar lichte hemden en een vest voor de airco zijn genoeg als basis. De rest vul je aan op de plek zelf, of laat je gewoon thuis.


