Indonesische snacks zijn zoete en hartige hapjes die je in allerlei vormen tegenkomt: van kleurrijke rijstkoekjes en gefrituurde lekkernijen tot frisse desserts met kokos en palm. De Indonesische keuken kent een enorme variatie aan tussendoortjes, elk met eigen smaken, texturen en bereidingswijzen. Of je ze nu kent uit een toko, van de markt of van een Indonesisch familiebuffet, ze verdienen meer bekendheid dan ze buiten Indonesië meestal krijgen.
Zoete indonesische snacks: kue en klepon
De meeste zoete Indonesische snacks vallen onder de noemer kue (ook gespeld als kwee), wat simpelweg “koekje” of “gebakje” betekent. Kue lapis (kwee lapis) is een van de bekendste: een gelaagd rijstkoekje in felgekleurde strepen, gemaakt van rijstmeel, kokosmelk en suiker. De lagen wisselen in kleur en worden één voor één gestoomd, waardoor je ze netjes van elkaar kunt trekken. De smaak is licht zoetig met een zachte kokosnoot-ondertoon.
Kue klepon (kwee klepon) is een ander populair zoet hapje. Dit zijn kleine groene balletjes van kleefrijstmeel, gevuld met gesmolten palmsuiker en gerold door geraspte kokos. Zodra je erin bijt, stroomt de suikerstroop eruit. Klepon dankt zijn groene kleur aan pandanblad, een ingrediënt dat in de Indonesische keuken veel gebruikt wordt voor zowel kleur als geur. Je eet ze op kamertemperatuur, en ze zijn op hun lekkerst als ze vers zijn gemaakt.
Martabak: de veelzijdige gevulde pannenkoek
Martabak is een snack die zowel zoet als hartig bestaat. De hartige versie is een gevuld deegpakketje dat gevuld wordt met een mengsel van ei, gehakt (vaak rund of kip), ui en kruiden, en daarna in olie gebakken. De zoete versie, ook wel martabak manis of terang bulan genoemd, lijkt meer op een dikke gevulde pannenkoek. Die wordt gevuld met combinaties als chocolade, kaas, pinda of gecondenseerde melk. Martabak is een echte straatsnack in Indonesië en wordt zowel overdag als ’s avonds laat verkocht.
Bij Indonesische toko’s in Nederland kom je martabak soms ook tegen, al is de versie die je hier vindt niet altijd identiek aan wat je in Indonesië op straat krijgt. De hartige variant lijkt qua bereiding wat op een Indische loempia, maar met een veel dikker en steviger deeg.
Frisse snacks: es cendol en andere koude hapjes
Niet alle Indonesische snacks zijn droog of gebakken. Es cendol (es tjendol) is een populair koud drankje-snack dat bestaat uit groene rijstmeelnoedeltjes in een kom of glas met kokosmelk, ijsblokjes en palmsuikerstroop. De groene kleur van de cendol-noedeltjes komt net als bij klepon van pandanblad. Het is een verfrissend tussendoortje dat je in Indonesië op bijna elke markt en bij veel straatverkopers vindt, zeker op hete dagen.
De combinatie van kokos, palmsuiker en pandan kom je in veel Indonesische zoete snacks terug. Deze drie ingrediënten vormen als het ware de smaakbasis van een groot deel van de traditionele zoetigheden uit de archipel.
Hartige indonesische snacks om te kennen
Naast martabak zijn er meer hartige hapjes die de moeite waard zijn. Een overzicht van veelvoorkomende hartige Indonesische snacks:
- Bakwan: gefrituurde groentekroketjes van bloem, bonen, mais en kruiden. Knapperig van buiten, zacht van binnen.
- Risoles: een soort gevulde pannenkoekrol met ragout van kip of groenten, gepaneerd en gefrituurd. Vergelijkbaar met een Franse rissole.
- Pastel: een halvemaanvormig deegpakketje gevuld met groenten, vermicelli en soms ei, gebakken in olie.
- Perkedel: aardappelkroketjes vermengd met gehakt en kruiden, populair als bijgerecht maar ook als snack.
- Tempeh goreng: plakjes gefrituurde tempeh, knapperig en licht hartig. Een eenvoudige maar populaire snack die ook als bijgerecht wordt geserveerd.
Deze hartige snacks worden in Indonesië vaak verkocht bij warung (kleine eettentjes) of langs de weg bij straatverkopers. In Nederland vind je een deel ervan bij Indische toko’s en Aziatische supermarkten, soms diepgevroren of kant-en-klaar.
Waar vind je Indonesische snacks in Nederland?
In Nederland zijn Indonesische snacks verkrijgbaar bij toko’s (Indische speciaalzaken), grotere Aziatische supermarkten en soms bij Surinaamse winkels, omdat de Indonesische invloed in de Surinaamse keuken groot is. Steden als Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht hebben een goed aanbod aan toko’s waar je zowel kant-en-klare snacks als de benodigde ingrediënten koopt om ze zelf te maken. Verse kue en klepon vind je soms op Indonesische of Aziatische markten, al is het aanbod per locatie en dag wisselend.
Wil je ze zelf maken, dan heb je voor de meeste recepten ingrediënten nodig als rijstmeel, kleefrijstmeel, pandanextract, kokosmelk en palmsuiker. Die zijn bij de meeste Aziatische supermarkten gewoon te vinden, ook buiten de grote steden.
Indonesische snacks zijn de moeite waard om verder te verkennen dan de bekende loempia of kroepoek. Of je nu begint met een portie klepon van de toko of zelf martabak manis in de pan bakt: de variatie is groot en de smaken zijn onmiskenbaar eigen aan de Indonesische keuken.


