Indonesische curry is een rijke, aromatische gerecht op basis van kokosmelk of kokoscrème, verse kruiden en specerijen. Het smaakt dieper en iets anders dan Indiase of Thaise curry, dankzij typisch Indonesische ingrediënten zoals salam blaadjes, limoenblaadjes en sjalotjes. Je maakt het vrij eenvoudig thuis, en het resultaat smaakt alsof je er uren aan hebt gewerkt.
De basis van een goede Indonesische curry bestaat uit een kruidenpasta (bumbu) die je zelf maakt van verse ingrediënten. Die pasta is het hart van het gerecht en bepaalt voor het grootste deel de smaak. Het is de moeite waard om die zelf te maken in plaats van een potje te gebruiken.
Wat heb je nodig voor indonesische curry?
Voor een klassieke Indonesische kippencurry werk je met een combinatie van verse en gedroogde ingrediënten. Dit zijn de belangrijkste:
- Kippendijen (sappiger dan kipfilet, en ze worden malser bij lang stoven)
- Kippenbouillon of broth
- Kokoscrème of kokosmelk
- Salam blaadjes (een Indonesisch laurierblad met een subtiele, kruidige smaak)
- Limoenblaadjes (ook wel daun jeruk, geven een frisse citrusnoot)
- Rode peper
- Sjalotjes
- Knoflook
- Lenteui als garnering
Salam blaadjes zijn niet hetzelfde als Europees laurier. Ze smaken milder en aardser. Je vindt ze in Aziatische toko’s, soms gedroogd, soms vers. Gedroogde salam blaadjes werken goed in dit gerecht. Limoenblaadjes kun je ook gedroogd gebruiken, maar vers geven ze een veel levendigere smaak.
Hoe maak je een indonesische curry stap voor stap?
Begin met het maken van de bumbu. Doe de sjalotjes, knoflook, rode peper en eventueel galanga (laos) of gember in een keukenmachine of vijzel en maal of stamp het tot een gladde pasta. Hoe gladder de pasta, hoe gelijkmatiger de smaak verdeeld is in het gerecht.
Verhit daarna een scheut olie in een brede pan en bak de bumbu op middelhoog vuur aan totdat het gaat geuren en een beetje donkerder kleurt. Dit duurt zo’n 5 tot 8 minuten. Dit is een stap die veel mensen overslaan, maar die het verschil maakt: rauw gebakken pasta smaakt bitter en plat.
Voeg de kippendijen toe en bak ze rondom aan. Giet daarna de kippenbouillon en de kokoscrème erbij. Leg de salam blaadjes en limoenblaadjes in de pan. Breng het geheel aan de kook en laat het op laag vuur sudderen, minimaal 25 tot 35 minuten. De kip wordt dan zacht en de saus dikker en ronder van smaak.
Proef aan het einde en pas de smaak aan met zout. Garneer met gesneden lenteui voor een beetje frisheid en kleur.
Kokoscrème of kokosmelk?
Kokoscrème geeft een rijkere, dikkere saus dan kokosmelk. Als je kokosmelk gebruikt, wordt de curry iets dunner en iets minder zwaar. Wil je een romige, volle curry? Kies dan voor kokoscrème. Wil je iets lichters? Gebruik kokosmelk en laat de saus iets langer inkoken zonder deksel.
Voeg kokoscrème altijd toe nadat je de bumbu hebt gebakken en de kip even hebt aangebakken. Voeg het nooit aan het begin toe, want dan verhit het te snel en verliest het zijn ronde smaak.
Waarmee serveer je indonesische curry?
De meest voor de hand liggende keuze is witte gestoomde rijst, die de rijke saus goed opneemt. Je kunt ook gaan voor gekookte rijst met een klein beetje zout en een pandan blad meegestoomd, wat de rijst een subtiele, zoete geur geeft.
Combineer de curry eventueel met andere Indonesische gerechten zoals atjar (zuurzoete groenten), een kroepoek of een gebakken ei. Dat geeft je een eenvoudige manier om meer variatie op tafel te zetten zonder veel extra werk.
Een Indonesische kippencurry is ook de volgende dag lekkerder. De smaken trekken verder in en de saus wordt steviger. Bewaar hem afgedekt in de koelkast en verwarm op laag vuur met een klein beetje extra bouillon of water als de saus te dik is geworden.


