Indonesische boontjes, ook wel bekend als sajoer boontjes of sambal goreng boontjes, zijn een pittig en kruidig bijgerecht dat je eenvoudig zelf maakt. De boontjes worden gebakken in een smaakvolle sambal-basis met knoflook, sereh en kokosmelk, waardoor ze een typisch Indonesische smaak krijgen. Het resultaat is een gerecht dat zowel als bijgerecht bij een rijsttafel werkt als als smaakvol onderdeel van een doordeweekse maaltijd.
Wat zijn indonesische boontjes precies?
Sajoer boontjes zijn een Indonesisch bijgerecht op basis van sperziebonen (of prinsessenbonen) die worden bereid met een pittige kruidenpasta. Het woord “sajoer” betekent in het Indonesisch groente of groentegerecht. De smaakmakers zijn traditioneel: trassi (garnalenpasta), sereh (citroengras), laos, koenjit (kurkuma) en sambal. Kokosmelk zorgt voor de romige binding en tempert de scherpte van de sambal iets.
Sajoer boontjes en sambal goreng boontjes zijn nauw verwant, maar er is een klein verschil. Bij sambal goreng boontjes staat het bakken in sambal centraal, terwijl sajoer boontjes wat meer vocht hebben door de toevoeging van kokosmelk of bouillon. In de praktijk worden de namen door elkaar gebruikt.
Ingrediënten voor 4 personen
- 500 gram sperziebonen, schoongemaakt
- 1 eetlepel sambal oelek (meer of minder naar smaak)
- 2 teentjes knoflook, fijngehakt
- 1 ui, gesnipperd
- 1 stengel sereh (citroengras), gekneusd
- 1 theelepel laospoeder
- 0,5 theelepel koenjit (kurkuma)
- 1 theelepel trassi (kan ook weggelaten worden voor een vegetarische versie)
- 150 ml kokosmelk
- Zout naar smaak
- Olie om in te bakken
Stap voor stap indonesische boontjes maken
Verhit een scheut olie in een wok of koekenpan op middelhoog vuur. Bak de ui en knoflook glazig, voeg dan de sambal en trassi toe en bak dit een minuut of twee mee totdat het goed geurt. Dit is het moment waarop de kruidenpasta zijn smaken vrijgeeft.
Voeg de sperziebonen toe samen met de sereh, laos en koenjit. Schep alles goed door zodat de boontjes bedekt raken met de kruidenpasta. Giet daarna de kokosmelk erbij en breng het geheel aan de kook. Laat het op laag vuur sudderen totdat de boontjes gaar maar nog knapperig zijn. Dat duurt meestal 8 tot 12 minuten, afhankelijk van de dikte van de boontjes. Proef en breng op smaak met zout.
Verwijder de sereh-stengel voor het serveren. Serveer de boontjes warm, bij voorkeur naast witte rijst, nasi goreng of als onderdeel van een rijsttafel.
Tips voor de beste smaak
Gebruik verse sperziebonen in plaats van diepvriesboontjes. Verse boontjes behouden beter hun bite en nemen de kruidenpasta beter op. Als je diepvriesboontjes gebruikt, ontdooi ze dan eerst en dep ze droog, zodat de pan niet te veel vocht trekt.
Trassi geeft de typische umami-diepte die Indonesische gerechten zo herkenbaar maakt. Wil je het gerecht vegetarisch houden, laat de trassi dan weg of vervang het door een scheut kecap manis (zoete sojasaus). De smaak wordt iets milder, maar het gerecht blijft goed.
De hoeveelheid sambal is persoonlijk. Begin met een halve eetlepel als je niet van veel pit houdt en proef tussendoor. Je kunt altijd meer toevoegen, maar weghalen lukt niet meer. Wil je het extra authentiek? Maak dan je eigen sambal van verse rode pepers, knoflook en een snuf zout, fijngestampt in een vijzel.
Waarmee serveer je indonesische boontjes?
Sajoer boontjes passen het beste bij gerechten met een neutrale basis, zodat de pittige smaak goed tot zijn recht komt. Denk aan witte gestoomde rijst, bami goreng of een simpele omelet. In een rijsttafel vormen ze een mooie aanvulling naast gerechten als rendang, satay en atjar.
Je kunt de boontjes ook een dag van tevoren maken. De smaken trekken dan nog verder in en het gerecht smaakt de volgende dag vaak nog beter. Bewaar ze afgedekt in de koelkast en warm ze op in een pan met een klein scheutje water of kokosmelk.
Indonesische boontjes zijn een van die bijgerechten die met weinig moeite veel smaak geven. Met een handvol basisingrediënten uit de Aziatische supermarkt zet je in minder dan twintig minuten iets op tafel wat er echt naar smaakt.


