Planten en dieren


 Informatie over Planten en dieren 





Startpagina

 Planten en dieren

Informatie over Planten en dieren

De Indische archipel heeft een zeer rijke flora, die zich van west naar oost wijzigt in samenhang met het in deze richting droger wordende klimaat. In totaal zijn er meer dan 45.000 bloeiende plantensoorten, en dat is ca. 10% van alle soorten bloemen en planten die er op aarde voorkomen. Er zijn 250 bamboesoorten en 150 verschillende soorten palmen. Alleen al van het eiland Borneo zijn zo'n 3000 boomsoorten bekend, en in de regenwouden van Irian Jaya komen meer dan 2500 soorten orchideeën voor, waaronder de grootste ter wereld, de tijgerorchidee met zijn drie meter lange sleep van bloemen. Irian Jaya is ook bekend vanwege zijn insectenetende bekerplanten.

Sumatra, Borneo en Nieuw-Guinea buiten de gebergten en oorspronkelijk ook West- en Midden-Java zijn, respectievelijk waren bedekt met zeer dicht tropisch regenwoud. Een van de vele woudreuzen is hier nog steeds de ijzerhoutboom, die opvalt door zijn gladde stam die een diameter van 2-3 meter kan bereiken en die tot 40 meter hoog kan worden. De 'waringin' wordt in verschillende delen van Indonesië als een heilige boom beschouwd. De waringin is een vijgenboom met een wirwar aan luchtwortels die een indrukwekkende omvang kunnen bereiken.

Veel tropisch regenwoud verdwijnt doordat de zich uitbreidende bevolking steeds meer landbouwgrond nodig heeft en daarom meer en meer bos kapt. Ook de kap ten behoeve van de houtindustrie heeft een zware tol op het bestand. Een goed voorbeeld is Java, waar het bos bijna geheel door landbouwgewassen en onkruiden is vervangen. Ook op Bali en een groot deel van Sumatra is het tropisch woud nagenoeg geheel vervangen door cultuurland (rijstvelden, rubber- en palmplantages). In het drogere Oost-Indonesië overweegt het in de droge tijd deels kale moessonbos; belangrijk is hier het houtleverende djatibos. Op het droge oostelijke Nusa Tenggara komt savannebegroeiing voor. Afhankelijk van hoe droog het klimaat is, zijn de bossen hier gedeeltelijk of helemaal bladverliezend, bijvoorbeeld de teakboom.

Langs de slibrijke zeekusten treft men mangrove-vloedbossen aan, die zich ook langs de rivieren tot ver in het binnenland uitstrekken; daarachter groeien vooral op Sumatra en Borneo vaak uitgestrekte veenmoerasbossen in voedselarm zoet water. De mangrovebomen worden gekenmerkt door hun stelt- en ademwortels. Langs de kust groeit de Rhizophora, te herkennen aan zijn dolkvormige vruchten, die al ontkiemt zijn voordat ze van de boom vallen.

De vegetatie van de gebergten verandert met de hoogte en vertoont gordels die vergelijkbaar zijn met de klimaatgordels die men aantreft tussen de evenaar en de polen: tot 1000 meter de tropische gordel; tot 1500 meter de submontane gordel; tot 2400 meter de montane zone; tot 4000 meter de subalpine gordel; boven 4000 meter graslanden met mossen en korstmossen en verspreide struiken, vergelijkbaar met de alpine flora. In het nationale park Gunung Gede Pangrango vinden we boven de boomgrens de laatste resten van de Javaanse bergflora. Hier groeit onder andere het Javaanse edelweiss, gentianen, bramen, aardbeien en sint-janskruid. In de koelere bergstreken groeien verder veel varensoorten, rododendrons, terpentijnbomen, beuken, eiken en acacia's. Orchideeën leven zowel in het oerwoud als hoog in de bergen.

Kenmerkende bomen van de archipel zijn o.a. de palmen: kokospalm, oliepalm, nipapalm, lontarpalm, pandanpalm, sagopalm, arènpalm (palmwijn, suiker), pinangpalm (betelnoten), rotan en de vele soorten van het geslacht Ficus. In het westelijk deel van de archipel overheersen de hardhout leverende Dipterocarpaceae.

De wereldberoemde Rafflesia arnoldii
De wereldberoemde Rafflesia arnoldii

Tot de bedreigde soorten van de Indonesische flora behoort onder andere de beroemde Rafflesia arnoldii (Midden- en Zuid-Sumatra), de grootste parasitaire bloem ter wereld, waarvan de bloesem een diameter van één meter kan bereiken. De Rafflesia klampt zich vast aan de wortels van zijn gastheer, de lianensoort Viatceae, waaraan hij ook alle voedingsstoffen onttrekt. De knop heeft twee jaar nodig om uit te komen.

Op Borneo vinden we de enige zwarte orchidee ter wereld, de Coelogyne pandurata. Een veel voorkomende plant is de 'melati', een geurige jasmijnsoort. De 'angrek bulan' of maanorchidee is net als de melati en de Rafflesia, uitgekozen als nationale bloem. Een van de mooiste, weelderigst bloeiende bomen van Indonesië is de flamboyant of bosvlam, een van oorsprong uit Madagaskar afkomstige boom. De flamboyant wordt door heel Indonesië aangeplant als schaduwboom. Indonesië staat ook bekend om zijn grote variëteit aan tropische vruchten, o.a. blimbing, manggis, durian, nangka, rambutan, jambu air en salak.

Dieren

De dierenwereld van Indonesië vertoont zowel Aziatische als Australische elementen. De 'Wallace-lijn' (zie hieronder), tussen de Filippijnen, Borneo en Bali enerzijds en Sulawesi en Lombok anderzijds, geeft ongeveer de scheiding aan. Vele eilanden vertonen een mengfauna en zijn daarom van groot belang voor biologen. Dit overgangsgebied wordt ook wel 'wallacea' genoemd.

De fauna van de Grote Sunda-eilanden, met uitzondering van Sulawesi, komt voornamelijk overeen met die van het Aziatische vasteland. Nusa Tenggara, ten oosten van Bali, Molukken (o.a. de Seram-buideldas) en Irian Barat hebben een meer Australisch karakter, al ontbreken Aziatische elementen er niet. Op vele eilanden die in het verleden (Pleistoceen) met elkaar of met het continent samenhingen, konden, als gevolg van langdurige isolatie, nieuwe endemische rassen en soorten ontstaan die nergens anders ter wereld voorkomen.
Beroemdste mensaap van Indonesië is de orang-oetang ('bosmens'), die alleen op Sumatra en Kalimantan (Borneo) voorkomt. De orang-oetang is een sterk bedreigde diersoort, waarvan nog maar zo'n vijfduizend exemplaren in het wild leven.

De zeer bijzonder uitziende neusaap komt alleen op Kalimantan voor. De rode neus van het mannetje kan wel 15 centimeter lang worden. Gibbons (o.a. siamang, withandgibbon, zilvergibbon, oenka en M?llers gibbon) zijn beperkt tot de westelijke eilanden; Sulawesi en de overige oostelijke eilanden hebben andere apensoorten. Met name op Sumatra komen ook de zogenaamde bladapen (langoeren of slankapen) voor. Van deze sierlijke apen zijn er op Sumatra 30 soorten en ondersoorten. Het bijzondere van deze apen is dat ze relatief veel bladeren en zaden eten. Halfapen als lori's en spookdiertjes, evenals toepaja's, komen alleen in het westen voor.

De grote zoogdieren van het regenwoud zijn nog maar af en toe te zien. Olifanten komen nog voor op Sumatra en Noord-Kalimantan. De eenhoornige Javaanse neushoorn komt alleen nog voor in het reservaat Ujung Kulon in West-Java; de tweehoornige Sumatraanse neushoorn leeft in Indonesië alleen nog in Kalimantan. De Sumatraanse tijger komt alleen nog voor in de regenwouden van Sumatra, de grootste katachtige van Kalimantan is de nevelpanter. Op Sumatra en in Kalimantan komt de honingbeer of Maleise beer voor. Tapirs leven in laaggelegen moerasbossen.

Van de herkauwers verdienen de banteng of wilde buffel (alleen op Java), de anoa van Sulawesi en de bosgems van Sumatra vermelding. De banteng (tot 800 kilo) is nauw verwant aan de gaur, de grootste wilde rundersoort. Waterbuffels behoren tot de gedomesticeerde dieren. In Indonesië komen twee soorten voor: de rivierbuffel en de moerasbuffel. Beiden worden door de bevolking karbouw of 'kebo' genoemd. De witte zeboe, in Indonesië 'lembu' of 'sapi putih' genoemd, stamt waarschijnlijk af van de wilde gaur, maar is al lange tijd gedomesticeerd.

Op Java leeft de kantjil of Javaans dwerghert, het Javaanse hert of 'rusa', het zeldzame Javaanse wrattenzwijn, de luipaard, de zwarte panter en de gevlekte panter. Het Bawean-hert is een van de meest zeldzame hertensoorten ter wereld en komt alleen op het vulkanische eiland Bawean, 150 km ten noorden van Java, voor. In de bossen van het nationaal park Bromo-Tengger-Semeru leven wilde zwijnen, boskippen, langoeren, 'kijang - een klein hert- Javaanse miereneters en 'luwak', een soort rolmarter.


De zoogdierfauna van Maluku (Molukken) bestaat voornamelijk uit kleine soorten hogere zoogdieren en buideldieren, zoals de vliegende buideleekhoorn, drie soorten koeskoezen, wallaby's of boomkangoeroes en veertig soorten vleermuizen waaronder kleine insecteneters en de grote vliegende honden of 'kalongs'. De zee rond het eiland Aru is bekend om de 'doejongs' of zeekoeien. Op Ambon komt de 'soa-soa' of watemogelijkheden om rvaraan voor. Voor de handel in levende vogels zijn de rode lori, de bloedvleklori, de roodkuifkaketoe en de blauwstuithoningpapegaai erg gewild.

Ook op Kalimantan en Sumatra komen veel zweefvliegers voor, o.a. vliegend draakje ('Draco'), vliegende kikker, vliegende gekko en vliegende kat.
De mangrove-bossen worden bewoond door o.a. wenkkrabben, slijkspringers, ijsvogels en de bizar uitziende neusaap, die alleen op het eiland Borneo voorkomt.
Sulawesi is een geval apart. De meeste dieren hebben een Aziatische oorsprong; de twee soorten koeskoezen (o.a. beerkoeskoes) die hier voorkomen zijn echter onmiskenbaar buideldieren en typisch Austraal-Aziatisch.

Dieren die nergens anders voorkomen zijn dwerg- of gemsbuffels (anoa), de babirusa, een wild zwijn met gebogen slagtanden, de netpython, de grote palmmarter, het Sulawesi-spookdiertje of 'tarsier' (met een lengte van 10 cm de kleinste aap ter wereld) en de kuifmakaak of zwarte baviaan.

Op de Togian-eilanden komt de grootste, op het land levende geleedpotige voor, de kokospalmkreeft of de klapperdief, familie van de heremietkreeft. Deze enorme kreeften, althans de mannetjes, kunnen een gewicht van vijf kilo bereiken en hun gestrekte scharen hebben een spanwijdte van maar liefst 90 cm.

Bijzonder is ook de maleo of hamerhoen, een loopvogelsoort die haar eieren in het zand begraaft - de eieren worden door de vulkanische warmte uitgebroed.

In Indonesië komen zo'n 1500 vogelsoorten voor, waaronder vele Austraal-Aziatische soorten als de kasuaris (op Irian Jaya komen drie soorten voor: de helmkasuaris, de oranjehalskasuaris en de dwergkasuaris), kaketoes, vele andere papegaaiensoorten en meer dan veertig soorten paradijsvogels, die alleen voorkomen op de Noord-Molukken, de Aroe-eilanden en Irian Jaya. Van de vogelwereld dienen verder genoemd te worden: de majestueuze argusfazant, trogons, bladvogels, kroonduiven, baardvogels en grootpoothoenders. De pauw komt alleen op Java voor.

Bijzonder is dat van de 600 vastgestelde vogelsoorten op Borneo, er 128 niet in Kalimantan voorkomen. Op de Molukken komen ca. 350 vogelsoorten voor, waaronder de endemische Wallace-paradijsvogel en de grote roodkuifkakatoe.

In de regenwouden van Sumatra en Kalimantan leven exotische vogels als Schneiders pitta, bronsstaartpauwfazant, ijsvogels, ibissen en negen soorten neushoornvogels. Sumatra telt 465 vogelsoorten, waarvan er 13 endemisch zijn. Sumatra is na Irian Jaya het vogelrijkst.

Op Bali zijn vooral de vogelsoorten interessant, o.a. de zeer zeldzame, schitterende 'jalak putih' of witte Bali-spreeuw, papegaai-amadinen, rijstvogels, purperkoeten, jassana's en wevervogels.

In het midden van de zeestraat tussen Sumbawa en Flores ligt Pulau Komodo. Hier komt de Komodovaraan of reuzenvaraan voor, de grootste varaan ter wereld. Ook op de eilanden Padar, Rinca, Gili Motong en een deel van (het vasteland van) West-Flores. De Komodovaraan, door de plaatselijke bevolking 'ora' genoemd, is een van de oudste nog levende diersoorten en stamt uit het Eoceen, 60 miljoen jaar geleden. Hun huidige aantal wordt geschat op 5000 exemplaren. Volwassen mannetjes kunnen een gewicht van 150 kilo bereiken en tot drie meter lang worden. Vrouwtjes zijn een stuk kleiner en leggen per keer zo'n dertig eieren.

De Komodo-varaan
De Komodo-varaan

Krokodillen zijn beperkt tot de kusten en een aantal rivieren. De zoetwaterkrokodil ('buaya') van Irian Jaya kan een lengte van zeven meter bereiken. Op Irian Jaya komen verder nog de groene boompython voor en de koningscobra is de grootste van de vele soorten giftige slangen die in de wouden leven. Gekko's (Ind. tokeh) en een kleinere soort, de 'cicak', komen overal voor en leven vaak bij de mensen in huis.

Het aantal vissoorten is zeer groot. De karperachtigen, de labyrintvissen en de meervallen, die voornamelijk het zoete water bewonen, ontbreken op de oostelijke eilanden, die toch al een armere zoetwaterfauna hebben. In de wateren van Indonesië bevindt zich de zeldzaamste schelp ter wereld, de 'Koningin van de Zeeën'.

De koraalriffen in het oosten van de archipel behoren tot de rijkste ter wereld; zeeschildpadden worden daar ernstig bedreigd in hun voortbestaan. In het Citirem-natuurreservaat legt de groene zeeschildpad in de maanden augustus-oktober haar eieren op het strand. De Aru-archipel van de Molukken is een belangrijk broedgebied voor verschillende soorten zeeschildpadden, waaronder de beschermde lederschildpad en de Loggerhead-schildpad. De Kai-eilanden vormen het broedgebied voor de groene schildpad, de onechte karetschildpad en de karetschilpad.

In enkele rivieren op Kalimantan zwemt een opvallend dier: de 'pesut' of Irrawaddi-dolfijn. Deze dolfijn leeft in het ondiepe en troebele water van onder andere de Mahakam, waar relatief veel vis zit.

Indonesië is buitengewoon rijk aan insecten en andere ongewervelde dieren; de landbloedzuigers zijn alom bekend. Sommige inheemse insecten zijn zeer groot, bijvoorbeeld de atlasvlinder en sommige soorten wandelende tak, die wel 20 centimeter lang kunnen worden. Irian Jaya telt duizenden soorten dagvlinders. De meest spectaculaire zijn ongetwijfeld de vogelvleugelvlinders, 'kupu-kupu sayap burung'. Ze kunnen een spanwijdte bereiken van 33 cm.

De 'Wallace-lijn'

De lage zeespiegelstand tijdens de ijstijden en de stijging daarna, heeft belangrijke gevolgen gehad voor de flora en fauna van de archipel. Doordat Sahul-land droog lag tijdens de ijstijd, konden planten en dieren zich in die periode vrijelijk verplaatsen over het gebied ten westen van de lijn Kalimantan-Bali.

Pas ten oosten van deze eilanden werden ze tegengehouden door een diepe zee. Diezelfde zee hield ook de flora en fauna tegen uit het oostelijke gedeelte van Indonesië, Sahul-land en Australië. Die oude scheidslijn is nu nog steeds herkenbaar in de verschillen in flora en fauna tussen de beide gebieden.

De Brit Alfred Russell Wallace (1823-1917), een tijdgenoot van Darwin, was de eerste natuurvorser die ontdekte dat de dierenwereld ten oosten van Bali verschilde van die in de overige delen van Indonesië.

Hij trok een denkbeeldige grens, later de 'Wallace-lijn' genoemd, die gebaseerd was op de oude kustlijn van het Aziatische continentale plat en het verschil aangaf tussen de oriëntaalse en Australische fauna. Ten westen van de lijn (Sumatra, Kalimantan, Java, Madura en Bali) is de dierenwereld oriëntaals, ten oosten ervan (Irian Jaya) Australisch, terwijl in het overgangsgebied (Sulawesi, Nusa Tenggara en de Molukken) sprake is van een mengeling van deze twee typen fauna.

Laatste aanpassing 25 september 2009
   
Jóuw website voor tickets in Indonesië!
Op zoek naar tickets voor vluchten in Indonesië? Dan is hier nu de oplossing voor je! Tickets bestel je gewoon via ticketindonesia.info.

 Over deze pagina
Voeg deze pagina toe aan je email, je eigen blog, MySpace, Facebook, of waar dan ook via AddThis:
Bookmark and Share

 Geef informatie
Extra informatie, aanpassingen of feedback? Stuur deze in!

Informatie Formulier

 Foto's
1 foto in galerie 

Indonesië in foto

 Gerelateerde onderwerpen

 Gerelateerde pagina's
 Gesponsorde links

© indonesiepagina.nl · feedback & contact · 2000 - 2017
Websites in ons netwerk: indahnesia.com · ticketindonesia.info · kamus-online.com · suvono.nl

61,471,922 pageviews Een website van indahnesia.com